Op 31 mei vond in Ureterp voor de derde keer het Kennisfestival Hoogbegaafdheid plaats. Ook het Labyrint was erbij. Met een stand, een mooie vertegenwoordiging én vooral met veel waardevolle ontmoetingen.
Onze stand werd bemand door drie leerlingen, een ouder, een bestuurslid, een coach en de schoolcoördinator. Een mooie mix, waardoor bezoekers vanuit verschillende perspectieven konden kennismaken met het Labyrint. Extra blij waren we met de aanwezigheid van onze drie leerlingen. Niemand kan beter vertellen hoe het écht is op onze school dan zijzelf. Hun verhalen maakten indruk.

Mooie gesprekken, maar ook pijnlijke verhalen
Tijdens het festival voerden we veel open en betrokken gesprekken. Ouders en professionals kwamen langs met vragen, herkenning en soms ook met schrijnende verhalen. Verhalen over kinderen die jarenlang negatieve ervaringen opdeden op school. Over jongeren die vastlopen. Over ouders die blijven zoeken naar een plek waar hun kind wél gezien wordt.
Voor bezoekers uit Friesland bleek het Labyrint (Noordlaren) soms net te ver weg. Meerdere keren klonk de vraag: “Kunnen jullie niet een dependance starten in Friesland?” Een vraag die laat zien hoe groot de behoefte is aan onderwijs dat aansluit bij kinderen die anders denken, anders leren en anders tot bloei komen.
Martin Schravesande: contact als sleutel
Naast onze stand stond ons bestuurslid Martin Schravesande met zijn bedrijf Opengeestig. Daar waren zijn boeken ‘De Thuiszitterzittersklas’ en ‘De onderhuidse leraar. Twintig lessen van pubers verkrijgbaar’. Martin gaf bovendien een lezing over thuiszitters, onderwijs en de kracht van werkelijk contact.
Zijn boodschap was helder: problemen met thuiszitters los je niet op met systemen, maar met contact.
Aan het begin van zijn lezing vroeg Martin naar de ervaringen van de aanwezigen. Al snel kwamen de verhalen los. Over kinderen die vaak huilend thuiskomen. Over ouders die twijfelen tussen de buurtschool en een bijzondere school verder weg. Over nieuwe scholen die veel beloven, maar waarbij ouders zich afvragen of die beloftes waargemaakt worden. Over gezinnen die op meerdere scholen vastlopen. En over de verzuchting van een ouder: waarom hebben scholen zoveel moeite met verschillen?
Die vraag raakte de kern van de middag. Er is behoefte aan onderwijs dat verschilvaardig is. Onderwijs waarin verschillen niet als probleem worden gezien, maar als uitgangspunt.
Pas op voor systemen voor kinderen die niet in systemen passen
Martin vertelde over zijn Thuiszittersklas. De kern van het succes daarvan? Contact. Echt contact. Toch ontstaat bij succesvolle initiatieven vaak de neiging om er een formule van te maken en die breed uit te rollen. Martin waarschuwde daarvoor. Juist bij kinderen en jongeren die niet in het systeem passen, moeten we oppassen met nieuwe systemen. Wat op de ene plek werkt, hoeft op een andere plek niet automatisch te werken. Het begint steeds opnieuw met kijken, luisteren en afstemmen. Dat vraagt om volwassenen die kinderen en jongeren werkelijk zien en horen. Om leraren die nieuwsgierig zijn naar wat er achter gedrag schuilgaat. Om onderwijsprofessionals die niet alleen vragen: “Hoe krijg ik deze leerling passend?” maar vooral: “Wat heeft deze leerling nodig om tot leren te komen?”
Gezien en gehoord worden
Een van de voorbeelden uit Martins lezing ging over Kenric, een jongen van zeven. Hij vroeg zich af waarom uren langer duren dan minuten, terwijl de urenwijzer op de klok juist korter is dan de minutenwijzer. Een prachtige, eigenzinnige gedachte. Maar in plaats van nieuwsgierigheid ontmoette hij afwijzing: “Het is nu eenmaal zo.” Juist op zulke momenten kan een kind meegenomen worden in leren. Niet door over zijn gedachte heen te walsen, maar door aan te sluiten. Door te erkennen dat de vraag logisch is. Door samen verder te denken.
Volgens Martin begint goed onderwijs bij relatie. Wie wil dat leerlingen presteren, groeien of excelleren, moet eerst investeren in vertrouwen. Dat kost aan de voorkant misschien tijd, maar voorkomt later veel vastlopen, strijd en verdriet.
Van aanpassen naar anders organiseren
Martin schetste ook hoe ons onderwijsstelsel nog altijd behoorlijk fabrieksmatig is ingericht. Losse vakken, vaste structuren en veel nadruk op aanpassen. Voor veel leerlingen maakt dat het lastig om het grote plaatje te zien. Terwijl juist dat grotere geheel vaak nodig is om betekenisvol te kunnen leren. Zijn vergelijking met een trein bleef hangen: stel dat een nieuwe trein deuren heeft van 1 meter 55. Je kunt dan allerlei maatregelen bedenken om te voorkomen dat reizigers hun hoofd stoten. Maar veel logischer is: maak de deuren hoger. Zo is het ook in het onderwijs. Nu leggen we het probleem vaak bij het kind en zoeken we individuele oplossingen. Maar misschien moeten we vaker de vraag stellen hoe we het systeem zo kunnen maken dat minder kinderen uitvallen. Een goed ecosysteem biedt ruimte aan diversiteit. Dat geldt in de natuur, en net zo goed op school.
Verschillen als norm
Hoogbegaafde kinderen willen, net als alle kinderen, peers ontmoeten. Ze willen leren met het brein dat ze hebben, in de wereld zoals die is. Te vaak krijgen kinderen die anders leren echter te horen: als je niet in ons systeem past, moet je naar een andere school. Op het Kennisfestival hoorden we dat dit veel kinderen en ouders is overkomen. Daarom is Martins pleidooi zo belangrijk: verschillen moeten de norm worden. Leraren moeten worden opgeleid in verschilvaardigheid. Niet alleen voor hoogbegaafde leerlingen, maar ook voor kinderen met autisme, ADHD, dyslexie of andere manieren van leren en zijn.
Met het oog op de ambitie om in 2035 inclusief onderwijs te realiseren, ligt daar een grote opdracht. Voor scholen, opleidingen, bestuurders en beleidsmakers. Maar vooral voor ons allemaal. Blijven luisteren. Blijven kijken. Blijven zoeken naar contact. Want juist daar begint onderwijs waarin kinderen weer kunnen groeien.
Michiel Verbeek, 9 juni 2026
